componisten

hier vindt je allemaal informatie over bekende componisten. 

D. Scarlattie (1685-1757)

Domenico Scarlatti was een van de tien kinderen van Alessandro Scarlatti, zelf een bekende operacomponist. Domenico groeide op in Napels en was op 16-jarige leeftijd al organist en componist van de Napolitaanse hofkapel. In gezelschap van zijn vader zocht hij werk in Florence voor hij terugkeerde naar Napels en in 1703 twee Napolitaanse opera's componeerde; en het jaar daarop herschreef hij Pollardo's Irene.Scarlatti bracht de volgende vier jaar door in Venetie, en trad in 1709 direct in dienst van Maria Casimira, de verbannen Poolse koningin die toen in Rome woonde. Hij componeerde veel, en schreef zeven opera's voor het hof, waaronder Tetide in Sciro in 1712, een van zijn 70 opera's. In 1713 werd hij benoemd tot Meastro di Cappella van de Giuliabasiliek in het Vaticaan, het jaar daarop gevolgd tot een aanstelling bij de Portugese ambassadeur in het Vaticaan, de markies van Fontes. Wekelijke recitals (een soort voorstellingen) onder de bescherming van kardinaal Ottoboni, die Corelli al onder zijn hoede had genomen, boden hem de kans kennis te maken met Corelli en Thomas Roseingrave, een Ier die hem later zou helpen in Engeland beroemd te worden. De kardinaal stelde Scarlatti ook aan Händel voor, en organiseerde tussen hen tweeën een wedstrijd in klavecimbel spelen.

In 1719 nam Scarlatti ontslag. Hij bracht twee jaar door als klavecinist van de Italiaanse opera in Londen, en ging daarna naar Lissabon in Portugal, waar hij Mestre van de patriarchale kapel werd. Hij bracht slechts een paar bezoeken aan zijn geboorteland; een keer in 1725 om zijn op sterven liggende vader te bezoeken; een keer in 1728 om in Rome met Maria Gentili te trouwen, die 16 jaar oud was en 27 jaar jonger dan hij. Scarlatti vestigde zich uiteindelijk in dienst van de muzikaal getalenteerde dochter van Johan V, Maria Barbara, wat het begin was van een buitengewone periode in zijn composities. Zijn twee 15-delige collecties sonates voor onbegeleid klavier, bijna alle geschreven voor Maria Barbara, bevatten meer dan 500 werken en maken Scarlatti tot een van de meest toonaangevende klavecimbelcomponisten. Toen Maria Barbara naar Madrid verhuisde, gingen Scarlatti en zijn vrouw en vijf kinderen mee als deel van haar hofhouding, en uiteindelijk werd hij in 1746 Maestro de Camara.

j.s. bach (1685- 1750)


De familie Bach heeft een muzikale geschiedenis van meer dan 400 jaar. Ten tijde van de geboorte van John Sebastian, de oudste zoon van Johan Ambrosius Bach (1645-1695), musicus in Eisenach, waren er in Sachen veel leden van de familie Bach die het vak van musicus beoefenden. Het lag voor de hand dat John Sebastian ook musicus zou worden. Zijn vader leerde hem viool spelen. Toen hij negen jaar was stierf zijn moeder, en een jaar later zijn vader. Daarna ging hij bij zijn oudere broer in Ohrdruf wonen en heeft daar vijf jaar lang het lyceum bezocht. Zij broer Johan Christoph was organist. Van hem leerde Bach orgel spelen; ook de techniek van het maken van orgels kreeg hij met behulp van deze broer onder de knie. Op vijftienjarige leeftijd werd hij naar de Michaelsschool in Luneburg gestuurd, waar hij in het koor zong tot hij de baard in de keel kreeg. 
In 1702 bracht Bach een aantal maanden door als hofmusicus in Weimar voor hij in 1703 een bezoek bracht aan Arnstadt om het nieuwe orgel in de Neuekirche te bekijken. De autoriteiten waren zo van hem onder de indruk dat ze hem de baan van organist aanboden, een baan die aan Andreas Borner was beloofd. Zijn orgelspel was prachtig, maar hij was te jong om een goede leraar te zijn; Bach en de autoriteiten raakten in een conflict over het lesgeven. De situatie verslechterde nog meer toen Bach in 1705 voor lange tijd vrijaf nam om naar Lubeck te lopen en daar de componist Buxtehude te horen orgelspelen.
Twee jaar na dit voorval nam Bach ontslag; hij kreeg een andere baan in Muhlhausen. In datzelfde jaar trouwde hij. Hij begon net aan zijn baan te wennen, toen hij in 1708 voor de hertog van Weimar moest spelen, die hem meteen een betere baan aanbod als organist en kamermusicus en later als concertmeester.
In Weimar ontwikkelde Bach zijn compositietalent. Hij studeerde en maakte orgel- en klavecimbelbewerkingen van een aantal van Vivaldi's conceto's, ervaringen die hem later zou beïnvloeden in zijn twee eigen Vioolconcerten in E en A mineur en de Dubbelvioolconcerten in D mineur.
In de loop van 1716 hoorde Bach geruchten dat de hertog van Weimar van plan was Telemann als zijn kapelmeester in dienst te nemen, een positie die hij zelf had verwacht. Bach reageerde door voor zichzelf een dominante positie te verwerven aan het hof van Kothen. Om te voorkomen dat Bach deze positie zou aannemen, liet de hertog Bach in november 1717 arresteren en gevangen zetten. Een maand later werd hij vrijgelaten. 
Prins Leopold in Kothen was een veel sympathiekere beschermheer; onder zijn bescherming componeerde Bach in 1721 de zes Brandenburgese concerten, gemoemd naar de persoon aan wie ze zijn opgedragen, Christian Ludwig, markgraaf van Brandenburg. 
Bachs vrouw stierf in 1720, en het jaar daarop trouwde hij met Anna Magdalene van Wilcke. Toen in 1721 prins Leopold ging trouwen, ging het bergafwaarts met zijn baan in Kothen. De vrouw van de prins hield niet van muziek en had een hekel aan Bachs betrokkenheid bij het hof. Gelukkig kwam in 1722 de functie van cantor vrij aan de Thomasschool in Leipzig. Eerst hadden Telemann en Johann Graupner deze baan al aangeboden gekregen, maar hun werkgevers hadden hen niet laten gaan. Uiteindelijk werd Bach voor deze functie gevraagd en verhuisde hij in 1723 naar Leipzig, waar hij de rest van zijn leven zou blijven.
Bach benaderde zijn nieuwe taak met enthousiasme. Tot zijn schooltaken behoorde het geven van muziek en andere vakken aan de 50 tot 60 leerlingen, en het schrijven van een cantate (dichtwerk) voor de zondagsdienst en voor de kerkelijke feesten. De vele zangers en instrumentalisten aan de school stelden Bach in staat grootschalige werken te componeren: een daarvan was de Matthauspassion. Dit enorme werk is een bewerking van de evangelietekst voor solisten, dubbelkoor en 40 spelers. Het werd voor het eerst opgevoerd in de Thomaskerk in Leipzig op goede vrijdag in 1727 of 1729. Samen met de Johannespassion, dat voor het eerste te beluisteren viel in 1725, vertegenwoordigt dit werk het hoogtepunt van de gewijde muziek tot die tijd.
In een brief van 1730 aan de diplomaat Gerorg Erdmann gaf Bach echter blijk van grote ontevredenheid over zijn vergoeding en over de vervelende verplichtingen van zijn betrekking en uitte de wens ergens anders te kunnen werken. Hij deed een gooi naar een positie in Dresden, waarbij als staaltje van zijn kunnen met een stuk uit zijn toen onvoltooide Mis in B mineur op de proppen kwam, maar had geen succes. 
Met de Goldbergvariaties, gepubliceerd in 1741, begon Bach een nieuwe fase in zijn composities. Ze werden geschreven in opdracht van de aan slapeloosheid lijdende graaf Heyserling voor zijn klavecinist Johann Gottlieb Goldberg, die ze voor hem moest spelen tijdens zijn slapeloze nachten. Bach liet dit werk volgen door twee stukken die zijn groeiende belangstelling voor de fuga (veelstemmig muziekstuk waarvan het hoofdthema, door één stem ingezet, achtereenvolgens in de andere stemmen optreedt volgens zekere strenge regels) weerspiegelden - Das musikalische Opfer en Die Kunst der Fuge, dat bij zijn dood nog onvoltooid was.
Tegen het einde van zijn leven werd Bach gekweld door staar, wat zijn werk steeds moeilijker maakte. Tijdens de laatste paar maanden van zijn leven was Bach praktisch blind. Hij stierf in de zomer van 1750 aan een beroerte. Zijn collega-musici bleven achter, rouwend om een van de grootste componisten aller tijden.